‘Tax shelter past niet op de fiscale agenda’

donderdag 28 februari 2013 - 12:12

In een brief aan de kamer heeft minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap antwoord gegeven op kamervragen van D66 over een tax shelter voor de filmindustrie. Bussemaker geeft aan dat een tax shelter niet past in de manier waarop het fiscale systeem in Nederland vereenvoudigd moet worden.

Kamerleden namens D66 Wouter Koolmees en Vera Bergkamp vroegen aan de minister hoe, naar aanleiding van de Belgische tax shelter die veel buitenlandse filmproducties binnenhaalt, een tax shelter in Nederland technisch kan worden ingericht. De minister antwoordde dat dit vanwege de maner waarop het fiscale stelsel in Nederland wordt ingericht in het geheel geen optie is. “Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2013 in uw Kamer is een dergelijk tax shelter aan de orde gekomen. In dit kader heeft de staatssecretaris van Financiën aangegeven dat een tax shelter voor de filmindustrie niet past bij de in de fiscale agenda opgenomen uitgangspunten, zoals het terugdringen van het fiscaal instrumentalisme en het eenvoudiger, robuuster en fraudebestendiger maken van het fiscale systeem. Deze uitgangspunten staan nog steeds. Het invoeren van een tax shelter voor de Nederlandse filmindustrie zou betekenen dat een nieuwe fiscale faciliteit voor een specifieke sector wordt geïntroduceerd. Het creëren van nieuwe fiscale instrumenten voor specifieke industriën of bedrijfstakken past niet bij het streven naar een verdere vereenvoudiging van het fiscale stelsel, tenzij daar het schrappen van andere fiscale regelingen tegenover staat en het per saldo tot een verbetering en tot een vereenvoudiging leidt. Het kabinet is daarom niet voornemens een tax shelter voor de Nederlandse filmindustrie te introduceren.”

De minister stelt in haar antwoorden tevens dat de filmsector in Nederland daadwerkelijk onder druk staat en dat filmmakers voor bepaalde zaken uitwijken naar het buitenland. “De afgelopen jaren is volgens de cijfers van het Filmfonds 50% van de postproductie van films in het buitenland verzorgd” en “van de 31 Nederlands filmproducties die in 2012 zijn uitgebracht, zijn er 18 die meer dan 25% van hun uitgaven in het buitenland hebben gedaan. De oorzaak hiervan zit in de economische stimuleringsmaatregelen in het buitenland”, valt te lezen in de antwoorden van de minister. Het volledige document is hier te vinden.