Interview: Soldaat van Oranje schrijft geschiedenis

woensdag 13 juni 2018 - 10:55

Met een looptijd van bijna acht jaar zijn de enige records die Soldaat van Oranje nog te breken heeft die van de musical zelf. Producent Fred Boot over een verhaal dat het Nederlandse publiek blijft boeien. 'Elke dag aan de slag zijn met iets dat zoveel mensen raakt, verveelt nooit.' 

7,5 jaar, 2,5 miljoen bezoekers - had je ooit van zulke cijfers durven dromen?

“Haha, wat denk je zelf? Nee, ik had het succes niet van tevoren zien aankomen. Je weet bij theater sowieso nooit wat er gaat gebeuren. We hadden gehoopt op een jaar en uiteindelijk zijn we er niet alleen nog steeds, maar spelen we ook nog altijd voor volle zalen. Toen we begonnen was de langst lopende musical The Phantom of the Opera, die drie jaar had gespeeld. Dat was voor Nederlandse begrippen erg lang. En dat wij dan hier meer dan twee keer overheen gaan, bizar.”

Is het succes dan wel achteraf te verklaren?

“Ik denk dat het nog steeds zo succesvol is omdat Nederlanders zo ontzettend geraakt zijn door de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Iedereen heeft daar zijn eigen herinneringen of familieverhalen bij, en in Soldaat van Oranje worden deze op een bijzondere manier gepresenteerd: op een oud militair vliegveld, met een draaiende theaterzaal, een grote zee, een echt Dakota-vliegtuig. Deze aspecten maken de beleving heel sterk. In het theater is het bovenal belangrijk dat je je kunt identificeren met wat je op het toneel ziet. Dit zorgt ook voor herhalingsbezoeken. Maar liefst 35 procent van de bezoekers komt terug. Deze mensen komen vaak terug met familie uit de eerste lijn, dus grootouders nemen hun (klein)kinderen mee en andersom. Hierdoor worden ook hun persoonlijke familieverhalen verteld. Zo brengen we de oorlog van macro- naar microniveau. Dat was ook ooit het nobele streven toen we begonnen met deze voorstelling.”

Wat is het verhaal achter het imposante decor?

“Ik heb altijd gechargeerd geroepen: óf we maken er een solovoorstelling van in een klein theater in Amsterdam, óf het moet heel groot. Alles ertussenin is een compromis en dat moeten we niet willen. Door een samenloop van omstandigheden en allerlei ideeën van mensen zijn we vervolgens locatietheater gaan produceren. Regisseur Theu Boermans kwam erbij, evenals collega-producent Robin de Levita. Laatstgenoemde had het idee om het publiek in het midden te zetten met het decor eromheen. Daarna kwam Theu met decorontwerper Bernhard Hammer, die grote projectieschermen bedacht om het publiek continu bij de les te houden. Normaal gesproken word je afgeleid door een changement bij een voorstelling, maar nu brengt dit je juist verder in het verhaal. Maar zeker toen schrijver Edwin de Vries een Dakota-vliegtuig in het stuk schreef, dachten we: Het zou mooi zijn om de voorstelling op een oud militair terrein te spelen. De hangar in Valkenburg was echt liefde op het eerste gezicht. Een musical met een dergelijk decor was nog nooit gedaan. Grote buitenlandse makers, tot Andrew Lloyd Webber aan toe, zijn komen kijken.”

Hoe kreeg je de financiering rond met dergelijke ambitieuze plannen?

“Bij Soldaat van Oranje kun je eigenlijk alles terugvoeren op het leven en netwerk van Erik Hazelhoff Roelfzema. Toen ik net de rechten had en nog eigenaar was van een managementbureau, kwam ik via een vriend van Hazelhoff in contact met investeerder Alex Mulder. Ook Mulder vond het een belangrijk verhaal: je kunt de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog alleen levend houden door de geschiedenis door te vertellen. Hij gaf een ontwikkelingsbudget van drie ton, waarmee we schrijvers benaderden, een eerste versie schreven en plannen maakten voor het decor. Zo’n budget was natuurlijk super-de-luxe voor een beginnend producent, want dat was ik op dat moment nog. Vervolgens kwamen we met teksten en liedjes, en hebben we Mulder uitgelegd locatietheater te willen maken. Hij zei: 'Ik durf het aan.' Drie ton werd bijna tien miljoen. Eigenlijk verliep de financiering dus opvallend vlot.”

Is de musical na acht jaar op productioneel gebied nog steeds in beweging? Of gebruiken jullie een rotsvaste formule?

“De kaders staan vast, maar we wisselen elk halfjaar ongeveer de helft van de cast. Op die manier houd je zowel ervaring als nieuwe energie in de voorstelling. Zo proberen we hem op niveau te houden, want dat is echt de allergrootste uitdaging: dat de voorstelling goed blijft. Heel veel mensen kopen een halfjaar van tevoren een kaartje en hebben van buren of familie gehoord hoe mooi de voorstelling is. Dan moeten wij aan die verwachtingen kunnen voldoen. Daarnaast houden we elkaar als collega’s heel scherp. We vinden het ook gewoon nog steeds heel erg leuk. Elke dag aan de slag zijn met iets dat zoveel mensen raakt, verveelt nooit.”

Dus we mogen ons opmaken voor nog eens acht jaar?

“Haha! Soms denk ik dat we dat wel gaan redden ja, omdat er steeds nieuwe generaties komen en het herhaalbezoek zo hoog is. Maar nog eens acht jaar zal heus niet gebeuren. Aan de andere kant: ‘de soldaat’ verrast ons ook steeds. Ik durf het echt niet te zeggen. We hebben voor onszelf wel een omslagpunt bepaald. Dat heeft alles te maken met de publieke belangstelling. We stoppen als de belangstelling gaat teruglopen, de show er niet meer lekker uitziet in de zaal, of het gewoon economisch gezien niet meer verantwoord is. Vanaf het begin hebben we gezegd: we gaan deze voorstelling nooit uitmelken. We doen niet aan allerlei kortingsacties of twee tickets voor de prijs van één. Dan stoppen we liever. De opvolger is bovendien zo goed als klaar, die is gereed om in productie te gaan. Nieuw Amsterdam, een verhaal over het ontstaan van New York, naar het geweldige boek van Russell Shorto.”

Wordt Nieuw Amsterdam een productie à la Soldaat van Oranje?

“Het wordt sowieso weer locatietheater met een verhaal dat op een bijzondere wijze wordt verteld. Daarnaast gaat het in de nieuwe voorstelling ook over de Nederlandse geschiedenis. Ditmaal over onze handelingen in de 17e eeuw, het begin van de democratie en tolerantie. Met andere woorden: over alle discussies die we, ook op dit moment, in onze samenleving aan het voeren zijn.”

Wanneer kunnen we Nieuw Amsterdam verwachten?

“Dat is lastig om te zeggen. Om het creatieve proces niet te verstoren, duurt het nog wel 2 à 3 jaar.”

Het volledige interview met Fred Boot is te vinden in de mei-editie van EB Live.