NVPI plaatst kanttekeningen bij blog van YouTube-baas

vrijdag 07 september 2018 - 13:53

Gisteren publiceerde Robert Kyncl, chief business officer YouTube, een blog waarin hij zich uitsprak tegen Artikel 13. Paul Solleveld, director legal and public affairs van branchevereniging NVPI, plaatst kanttekeningen bij het verhaal.

In een blogpost van Robert Kyncl meldt de topman van YouTube dat een zogeheten uploadfilter ‘ondermijnend is voor de creatieve industrie’. “Platforms worden ontmoedigd om user-generated content te hosten, of het wordt zelfs verboden. Hierdoor komt de creatieve vrijheid in gevaar.”

Paul Solleveld onderstreept dat Artikel 13 niet over een filter gaat. “Het gaat over verduidelijking dat YouTube onder het auteursrecht valt. In een nieuw voorgesteld amendement van rapporteur Voss, komen technische maatregelen helemaal niet meer voor. Daar kan de industrie mee leven.”

Hieronder een toelichting van de NVPI: 

Voor de creatieve sector is het van groot belang dat de zogeheten value gap wordt opgelost. User Upload Content platforms als YouTube en Facebook exploiteren content die door de creatieve sector is gemaakt en verdienen daar veel geld mee zonder een adequate vergoeding te betalen. In het rapport van de JURI commissie van het Europees Parlement zagen velen nog bezwaren. In de amendementen van rapporteur Voss worden zaken verder verduidelijkt en de belangrijkste bezwaren opgelost zoals het (vermeend) filteren.

In het algemeen: hoe wordt deze value gap opgelost in artikel 13 van de auteursrechtrichtlijn?
Het artikel verduidelijkt, in lijn met uitspraken van het Europese Hof van Justitie, dat commerciële diensten die door gebruikers geüploade copyright content verspreiden, een licentie moeten verkrijgen van rechthebbenden. De scope van ‘safe harbours’ verandert niet. Slechts voor een beperkte categorie diensten (artikel 2.(4b), online content sharing services, geldt dat deze privileges niet gelden. Dit is consistent met rechtspraak en met de E-Commerce Directive  dat alleen technische, automatische en passieve diensten van safe harbour privileges gebruik kunnen maken. 

Heeft de voorgestelde wetgeving ongewenste consequenties voor diensten als Wikipedia en eBay; en hoe zit het met kleine ondernemingen en start-ups?
Niet-commerciële diensten zoals online encyclopedieën (bijvoorbeeld Wikipedia), online marktplaatsen (zoals eBay) en privé cloud opslag diensten (als Dropbox), platforms die Open Source Software ontwikkelen en diensten waar de content is geüpload met toestemming van de rechthebbenden, zoals educatieve of wetenschappelijke bewaarplaatsen, zijn uitdrukkelijk van artikel 13 uitgezonderd (in overweging 37a). Bij amendement zijn daar nu expliciet kleine ondernemingen aan toegevoegd en worden deze buiten de definitie van online content sharing services gelaten.

Betekent artikel 13 dat een upload-filter moet worden toegepast?
Hoewel de technische maatregelen die waren voorzien, zagen op content recogniton technologie, zijn deze bij amendement in het laatste voorstel van Voss geschrapt. In plaats daarvan wordt gesteld dat, wanneer rechthebbenden geen licentieovereenkomst wensen te sluiten, het platform en rechthebbenden in goed vertrouwen samenwerken om te verzekeren dat ongeautoriseerd beschermd werk niet beschikbaar is op deze diensten.

In dit verband zij gezegd dat rechthebbenden er niet op uit zijn om repertoire te weren. Zij willen juist licenseren en dat hun creaties verspreid worden. Zij willen alleen dat er een redelijke vergoeding voor wordt betaald, door ondernemingen die met hun werk veel geld verdienen.